Op maandag 19 februari 2018 vond er een leerzaam en geëngageerd gemeentegesprek plaats in onze Ontmoetingskerk. Gert Schouten leidde deze avond met als thema ‘Een warme gemeenschap waarin de generaties elkaar verstaan’. Hij is werkzaam voor het landelijk jeugdwerk van de Protestantse Kerk in Nederland, met als specialiteit intergeneratief geloven.

Afbeeldingsresultaat voor free pics young and old hands

In september hadden we Nynke Dijkstra uitgenodigd met de vraag of zij ons een stapje verder zou kunnen helpen om samen met alle generaties geloof te vieren. De vraag aan Gert Schouten was of hij ons zou kunnen helpen om het geloofsgesprek tussen de generaties concreet vorm te geven.

Lukt het nog om verbonden te zijn?

In het eerste deel van de avond schetste  Gert Schouten de problemen waar geloofsgemeenschappen in deze tijd voor staan. Lukt het nog om oprecht met elkaar verbonden te zijn? Enerzijds willen we graag met elkaar verbonden blijven en zoeken we eenheid. Anderzijds zijn de verschillen fors en lijken mensen binnen de gemeenschap vooral op zoek te gaan naar gelijkgestemden.

Tijdgeest

In de geloofsgemeenschap hebben we te maken met de tijdgeest. Dat is de context van ons handelen en is als het ware de lucht die we inademen. Een van de belangrijkste kenmerken van onze tijdgeest is individualisme. Op verschillende manieren werkt dit door. Niet wat je mee hebt gekregen van voorgaande generaties bepaalt je leven, maar wat je er zelf van maakt. In zekere zin is iedereen gericht op zelfontplooiing, en de zelfgemaakte keuzes bepalen je leven. Er is een nadrukkelijke verschuiving in de cultuur merkbaar van ‘wij’ naar ‘ik.

Dat heeft ook gevolgen voor het gesprek tussen de generaties.

Volgens sommige theorieën zijn de volgende generaties te onderscheiden;

De vooroorlogse generatie (1910-1930): plichtsgetrouw, bescheiden, sober. Angst voor schaarste en onzekerheid.

De stille generatie (1931-1940): maakte WOII mee, moest vervolgens Nederland weer opbouwen. Hard werken, zwijgzaam. Verbeterende materiële omstandigheden.

De protestgeneratie (1941-1955): kritisch en onafhankelijk. Veel aandacht voor zelfontplooiing. Idealistisch en hard werkend.

De verloren generatie (1956-1970):tradities kalfden definitief af. Kwaliteit van bestaan wordt belangrijker. Praktisch, relativerend, no-nonsense.

De pragmatische generatie (1971-1985):opgevoed onder uitstekende omstandigheden, vrijheid, sterke stimulansen van ouders. Zelfontplooiing, uitstellen belangrijke keuzes

De grenzeloze generatie (1986 en later): weg zoeken in veelheid van keuzes en onbegrensde hoeveelheid informatie.

Het gesprek tussen de generaties verstomd

In deze tijd lijkt het gesprek tussen de generaties te verstommen. De generaties verstaan elkaar minder, de communicatie verloopt moeizamer en soms ontbreekt interesse in elkaars leefwereld. De ‘protestgeneratie’ houdt vast aan hun overtuigingen en idealen, voor ‘pragmatische generatie’ maakt het minder uit, als het maar werkt, terwijl de jongste generaties nauwelijks meer begrijpen waar de ouderen zich zo druk om maken. “We willen toch allemaal Jezus volgen?”

Verlamming

Gemeenten en kerkenraden voelen zich regelmatig verlamd. Vanuit de onderzoeken naar generaties is dat begrijpelijk. Tot een aantal decennia geleden leefden en geloofden jong en oud binnen een grotendeels gedeeld betekeniskader, met gedeelde overtuigingen en gedragingen, met een vergelijkbare taal om zich in uit te drukken.

In de snelle veranderingen van de afgelopen jaren is dat verdwenen. We begrijpen elkaar soms werkelijk niet meer! En toch willen de verschillende generaties de Heer volgen: als babyboomers op grond van idealen, als ‘verloren generatie’ in nuchterheid, als pragmatici in dynamische vrijheid, als grenzeloze generatie op basis van heldere waarden.

Belang van betekenisgesprek

Hoe kunnen we hier op reageren? Een geloofsgemeenschap wordt gekenmerkt door drie waarden: een eigen cultuur, eigen geloofspraktijken en rituelen, en eigen opvattingen over zingeving. Het gesprek over geloofscultuur en geloofspraktijken loopt vaak vast vanwege de grote kloof tussen de  generaties. Vandaar dat het noodzakelijk is om te beginnen bij de opvattingen over zingeving, bij de vraag naar betekenis. Het verlangen en het zoeken is gebleven. Op dat niveau kunnen de generaties voor elkaar van betekenis zijn en kunnen ze ook tot een vruchtbaar gesprek komen.

Het gesprek in de gemeente zou niet moeten gaan over het wat (wat gaan we doen?) of over het hoe (hoe gaan we iets vorm geven?), maar zou moeten beginnen bij de vraag naar het waarom: waarom doen we iets?

Betekenisgesprekken gaan over onze diepste drijfveren en helpen om elkaar te leren kennen. In een betekenisgesprek gaat het niet over het uitwisselen van meningen, het debatteren over standpunten of het bespreken van verschillende soorten gedrag. In een betekenisgesprek gaat het om de vraag waar die meningen en gedragingen naar verwijzen. In een christelijke gemeenschap verwijzen meningen, standpunten en dergelijke naar de grondlegger van de gemeenschap, Jezus Christus. Hoe wij, als navolgers, zijn woorden begrijpen en interpreteren verschilt – ieder reageert vanuit de eigen context en generatie. Zulke betekenisgesprekken kunnen dan geloofsgesprekken worden, gesprekken over het ‘waarom’ van het geloof in Jezus Christus. Dat vraagt om openheid, eerlijkheid, vertrouwen en veiligheid.

Speeddaten

Het tweede deel van de avond hebben we geoefend met het betekenisgesprek. De aangereikte vorm was het ‘speeddaten’. De aanwezigen (32 personen) werden in tweetallen verdeeld. Vervolgens konden we vijf minuten met elkaar in gesprek aan de hand van een aangereikte vraag. Na vijf minuten schoof een deel van de aanwezigen op, zodat er nieuwe tweetallen ontstonden waarna een volgende vraag werd gesteld. Zo konden we in twintig minuten met een viertal gemeenteleden op een diep niveau in gesprek.

De gesprekken zijn na vijf minuten niet af. Maar het helpt om elkaar een beetje te leren kennen en als we elkaar weer tegenkomen het gesprek voort te zetten. Het was een waardevolle en bemoedigende avond die vraagt om een vervolg.