Hulp, daar waar het nodig is

Albiş, Icafalǎu en Ėge zijn enkele van de plaatsen in Roemenië, die eind oktober zijn bezocht door leden van de St. Werkgroep Oost-Europa Vriezenveen. Kleding, linnengoed, huishoudelijk materiaal, schoenen, maar ook knutselmateriaal, geschonken door de SES via een basisschool in Enschede, waren de goederen die gebracht zijn in de diverse dorpjes. Blijde, dankbare en gastvrije dorpsbewoners laten zien dat de meegebrachte spullen nog steeds ontzettend welkom zijn! Ja…het gaat gelukkig steeds beter in Roemenië; wegen worden verhard, waterleidingen aangelegd, grote winkelketens vestigen zich in de grote steden, mooie en grote auto’s rijden door de verharde straten en over de enkele autosnelwegen, maar… in deze kleine dorpjes, ver weg van de grote stad, wonen de armere Hongaarse Roemenen, die nog steeds een minderheid vormen en niet volledig meetellen, nadat ze, na de Eerste Wereldoorlog werden ingelijfd bij Roemenië.

Hulp die helpt

Deze vooral Hongaarse Roemenen ontvangen hulp van de werkgroep, en dan vooral zij die dat het meest nodig hebben. Bijvoorbeeld dat gezin in Albiş, een alleenstaande moeder met drie jonge kinderen, waarvan er twee in de luiers zijn (één vanwege een probleem met de nieren) en de vader is gestorven. Moeder krijgt van de staat voor de kinderen een heel kleine kindertoelage, maar heeft eigenlijk gebrek aan alle basisbehoeften. De diaconale commissie in Albiş, die financieel ondersteund wordt door de werkgroep, helpt dit gezin. Niet met geld, maar door pampers te kopen voor de kinderen en hout voor de winter, want er is geen gas in dit dorp. Dit gezin mag ook als één van de eersten (winter)kleding, schoenen en wat verder nodig is, uitzoeken uit de goederen die deze reis zijn meegenomen. Hulp, waar het echt nodig is!
Of dat gezin met twee jonge kinderen, ouders drinken beiden teveel en doen daarmee hun gezin tekort. Ook voor dit gezin is er hout gekocht voor de winter en kan er kleding uitgezocht worden wat nodig is.

Veel gezinnen in deze dorpen hebben geen stromend water, geen toilet/douchegelegenheid binnen. Kinderen wassen zich boven een wasteiltje en moeten naar een ‘huisje’ buiten om hun behoefte te doen. Omdat er geen werk is of het werk slecht wordt betaald, zijn er nog steeds geen mogelijkheden tot het realiseren van een douche/toiletruimte. De houthakker van het dorp gaat dagelijks één keer met een kar, getrokken door twee paarden de berg op om hout te hakken, het hout op de kar te laden en vervolgens weer terug te gaan om het hout (wel op bestelling) te verkopen. Dat is z’n inkomen per dag. Hiervan moet soms nog zijn extra hulpjongen betaald worden, als ook de eventuele reparaties aan de kar en de verzorging van de paarden. Geen vetpot en dus geen geld om een verbouwing te doen. De waterpomp is al wel gefinancierd door de diaconale commissie, maar hoe het verder moet……?
Er zijn nog een paar koeien, varkens, kippen en schapen, die verzorgd worden door zijn vrouw en bovendien werkt zij nog in het kleine dorpswinkeltje. Wie weet kan er zo toch nog iets worden gespaard.

Aanwezig

Velen zijn blij met de kleding en goederen uit Vriezenveen, omdat ze ver van de grote stad wonen en niet in de gelegenheid zijn om de daar aangeboden goedkope tweedehands kleding te kopen, dus opnieuw: Hulp, daar waar het echt nodig is! Leden van de werkgroep zijn steeds ter plekke om te overleggen en te evalueren of de hulp ook werkelijk daar komt waar het nodig is, bij de ouderen, zieken, kinderen, werklozen en de allerarmsten.

Onvoorwaardelijk

Béla in Ėge, die zich nog steeds onvoorwaardelijk inzet voor de weesjongeren blijft jaarlijks de financiële steun van de werkgroep ontvangen alsook de andere goederen die nodig zijn. Deze meest verstandelijk beperkte jongeren worden steeds opnieuw door hem aangestuurd om aan het werk te gaan in de kassen, samen met de aangestelde tuinman en zijn gezin. De jongeren blijven altijd hulpbehoevend! Ze hebben nu in ieder geval een dak boven hun hoofd met een kachel en hout om het te verwarmen. Er is een bed om in te slapen, zij het zeer eenvoudig en armoedig. Bovendien is er voldoende te eten  om te overleven. Was Béla er niet, dan waren ze overgeleverd aan het zwerversbestaan. Hulp, daar waar het echt nodig is!

Positief

Een positieve wending van de laatste jaren is, dat er wordt meegedacht door de mensen in de diverse dorpen. Het is niet maar alleen de hand ophouden en ‘dank je wel’ zeggen. Maar steeds opnieuw weer overleggen en bijstellen waar nodig is. Soms ook ‘stop’ zeggen, omdat het ‘gelukkig’ beter gaat. Ontvang namens hen allen de hartelijke dank voor al de gebrachte goederen, maar vooral de dank dat er naar hen wordt omgezien, dat ze worden gezien!

Namens de reizigers Mariet Busschers, Gerrit en Dini Wolters,
Stichting Werkgroep Oost-Europa Vriezenveen.